Ga naar de inhoud Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Logo van Gemeentearchief Vlissingen

Vlissingen van 1867 tot 1940

Eigenlijk gebeurden er in deze periode meerdere dingen tegelijk.

Mede door de afdamming van Het Sloe moesten er twee kanalen worden gegraven: Het Kanaal door Zuid-Beveland en het Kanaal door Walcheren. Dit op dringend verzoek van onze zuiderburen. Met het graven van het Kanaal door Walcheren werden er ook twee binnenhavens, sluiswerken en een buitenhaven aangelegd. Vlissingen kreeg bovendien een spoorverbinding met Bergen op Zoom. En vanwege de opheffing van de vesting waren de vestingwerken niet meer nodig en kon Vlissingen zich buiten de vesting gaan uitbreiden.

Direct na de ingebruikname van de havens vestigde in 1875 scheepswerf 'De Schelde' zich in Vlissingen op de terreinen van de voormalige Marinewerf en in de buitenhaven vestigde zich de Stoomvaartmaatschappij 'Zeeland' met de verbinding naar Engeland. Vlissingen kon de toekomst weer met vertrouwen tegemoet zien. Het inwonertal in de periode 1875-1900 verdubbelde naar bijna 19.000. Hierdoor ontstond een enorm huisvestingsprobleem.

Toerisme

Ook op het gebied van het toerisme ging Vlissingen een belangrijke rol spelen. Ten westen van de stedelijke bebouwing beschikte de stad al over prachtige zuiderstranden en in navolging van badplaatsen zoals Scheveningen en Blankenberge wilde ook Vlissingen van deze natuurlijke omstandigheden gebruikmaken.

Dit kende een aarzelend begin in 1872 met een badpaviljoentje maar al snel begon het meer allure te krijgen. Zeker toen het Grand Hotel des Bains in 1886 werd opgericht (het latere ‘Britannia’). De directie van dit hotel eiste dat er een verbinding moest worden aangelegd tussen de stad en de badplaats: de Badhuisstraat. Dit alles leidde tot een stroomversnelling. De Boulevards begonnen zich te ontwikkelen en elders schoten complete woonwijken (met arbeiderswoningen) als paddestoelen uit de grond. De eerste arbeiderswijk was die bij het Groot Arsenaal: De Tachtig Plagen. Daarna volgden het Oranjekwartier en het Eiland en ten noorden van de oude vesting verrees woningbouw aan de Aagje Dekenstraat, Glacisstraat en Badhuisstraat.

Uitbreidingsplannen

Deze enorme komst van nieuwe woningen vereiste echter een gestructureerde aanpak. Er moest een uitbreidingsplan door de gemeenteraad worden vastgesteld om alles in goede banen te leiden. In 1907 was het zover.

Grofweg werd Vlissingen in drie delen gesplitst. De oostzijde kreeg de bestemming haven en industrie, de middensectie de bestemming wonen (voor de arbeider) en de westzijde de bestemming wonen in een parkachtige omgeving (voor de beter gesitueerden).

Bovendien kreeg de binnenstad een ander aanzien door het dempen van de Koopmanshaven, Achterhaven en de Pottehaven, hetgeen los stond van het uitbreidingsplan maar meer het gevolg was van de overstroming in 1906.

Vlissingen veranderde in korte tijd enorm. De woningbouwverenigingen VVV, Gemeenschappelijk Belang en Goed Wonen waren goed voor de invulling van complete woonwijken.

Trias

Onder de bezielende leiding van burgemeester Van Woelderen begon de stad steeds meer allure te krijgen. Er kwam een vliegveld, een pier, het Nollebos. Zijn Vlissingse Trias: Haven, Industrie en Badplaats moesten worden gerealiseerd. Er moest een nieuw stadshart worden gerealiseerd met een nieuw stadhuis, winkels, een schouwburg en kantoren tegenover de HBS. Hij had plannen in overvloed om Vlissingen ook toeristisch gezien nog meer op de kaart te zetten met een invulling van het park- en duingebied tot aan de Vijgheter. In de 30-er jaren moest het uitbreidingsplan weer nodig worden bijgesteld. Een probleem vormde het vliegveld langs het Kanaal door Walcheren waardoor er in de directe omgeving geen bebouwing mogelijk was. Eventuele uitbreiding van woonwijken kon dus alleen maar plaatsvinden in noordwestelijke richting.

Aan de ontwikkeling van de stad kwam echter abrupt een eind door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.