Ga naar de inhoud Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Logo van Gemeentearchief Vlissingen

Vlissingen van 1572 tot 1795

Gesterkt door het feit dat Den Briel zich op 1 april 1572 bevrijdde van de Spanjaarden nam de Vlissingse bevolking het heft in handen en verdreef het Waalse garnizoen de stad uit en kon voorkomen dat een Spaanse vloot nieuwe troepen de stad in kon brengen. Vlissingen was bevrijd van de Spanjaarden.

De dwangburcht, waarvan de bouw pas was begonnen, werd gesloopt en de stad kon zich de eerste grote stadsuitbreiding veroorloven sedert eeuwen. Ten oosten van de stedelijke bebouwing ontstond een nieuwe woonwijk met de Palingstraat als hoofdstraat en zijstraten zoals de Flessenstraat, Korenstraat en Onderstraat daar haaks op. In diezelfde omgeving liet Willem van Oranje (die de stad had gekocht) er het Prinsenhuis bouwen met prachtige tuinen.

Tegelijkertijd met deze stadsuitbreiding begon men ook met het uitbreiden van de havens: de Pottehaven en de Dok- en Marinehaven. Vanwege deze uitbreidingen en vanwege de strategische ligging werd op gezag van Maurits een begin gemaakt met de aanleg van de Vesting Vlissingen waarbij ook de nieuwe havens binnen de vestingwallen kwamen te liggen.

Bloeiperiode

Zo heeft Vlissingen er gedurende twee eeuwen ongeveer uitgezien. Ondanks deze geografische stabilisatie gebeurde er enorm veel, want de 17e eeuw betekende ook voor Vlissingen in economisch opzicht de zogenaamde Gouden Eeuw. De gevolgen van de val van Antwerpen in 1585 waren in de noordelijke Nederlanden groot. De handel bloeide op (oprichting van de VOC en WIC) evenals de daarmee gepaard gaande scheepsbouw, de kaapvaart, de handel met de vijand (80- jarige Oorlog) en de visserij. In 1594 verrees op de Grote Markt het prachtige stadhuis, een kleinere kopie van het stadhuis in Antwerpen. Ook op cultureel gebied speelde de stad een belangrijke rol met Jacobus Bellamy en Betje Wolff. Ook het Zeeuws Genootschap der Wetenschappen werd in Vlissingen opgericht. Bij het naderen van de 18e eeuw begon het voor de Noordelijke Nederlanden en dus ook voor Vlissingen mis te lopen. De Europese krachtsverhoudingen veranderden, hetgeen consequenties had voor Nederland.

Vestingstad

Toch was Vlissingen met circa 8.000 inwoners tijdens de eerste helft van die 18e eeuw een behoorlijke plaats. Omgeven door de vestingwerken met maar liefst 13 bastions, 9 aan de landzijde en 4 aan de zeezijde. Een tweetal landpoorten sloten de stad af: de Middelburgse poort (bij de weg naar Koudekerke) en de tweede Rammekenspoort (bij de weg naar Middelburg. Bovendien waren er een drietal waterpoorten, ten oosten en ten westen van de Voorhaven en een waterpoort ten westen van de Marinehaven. Binnen de vesting speelde al het leven zich af, want buiten de vesting mocht er niet gebouwd worden. In en rond de havens wemelde het van de activiteiten. Met het inwoneraantal van 8.000 ging dat prima, maar naarmate dat aantal steeg begon de vesting meer en meer een keurslijf te worden. Maar eerst stond Vlissingen iets anders te wachten.