Ga naar de inhoud Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Logo van Gemeentearchief Vlissingen

Vlissingen tot 1300

Om een helder beeld te schetsen moet Vlissingen eigenlijk in een breder verband worden geplaatst: het gebied van de huidige provincie Zeeland. Het woord zegt het al: Land gevormd door de Zee. Of beter gezegd: land gevormd door de zee en de mens.

Zo'n 4400 vóór Christus bestond de huidige provincie Zeeland uit een gebied dat bestond uit vele eilanden en eilandjes. Op de duinwallen in het noordwesten van Walcheren (omgeving van Domburg), zo is uit archeologisch onderzoek gebleken, woonden al mensen. Naarmate de tijd verstreek veranderde Zeeland enorm. Het gehele gebied werd een groot veenmoeras, doorsneden met een forse rivier: de huidige Oosterschelde. Van de Westerschelde was nog geen enkele sprake. Dat veenmoeras zou later een belangrijke rol gaan spelen.

Kreekruggen

Rond het jaar van Christus' geboorte kreeg de zee steeds meer greep op onze gebieden. Op veel plaatsen vormden zich kreken en inhammen en er ontstond weer een eilandenrijk. Het werd zelfs zo erg dat er vanaf het jaar 300 na Chr. gedurende een paar eeuwen geen bewoning mogelijk was. Op de meeste plaatsen was het veenmoeras overdekt met een laagje klei. Walcheren was een samenstel van poelgebieden doorsneden met kreken. In die kreken zette zich zand af en mede door de inklinking van de poelgebieden ontstonden zo de zogenaamde kreekruggen. Met name op die kreekruggen ontstond de min of meer permanente bewoning van Walcheren. Het zijn deze bewoners geweest die er voor gezorgd hebben dat Walcheren veranderde van een natuurlandschap in een cultuurlandschap. Vanaf de 10e eeuw na Christus ontstonden er steeds meer woongemeenschappen die we nu nog kennen als de dorpen en steden op Walcheren.

Een van die steden is Vlissingen. Eigenlijk moeten we spreken van Nieuw-Vlissingen want er bestond ook nog een Oud-Vlissingen. Toen er nog geen sprake was van Nieuw-Vlissingen heette het natuurlijk gewoon Vlissingen. Dat was een bescheiden dorpje in de buurt van de huidige watertoren aan de Badhuisstraat/hoek Koudekerkseweg, gelegen aan een natuurlijke en bochtige zijarm van de Westerschelde.

Floris V

De Oosterschelde vormde eeuwenlang de verbinding tussen de Noordzee en het achterland, waaronder Antwerpen. De schepen moesten dus over de Oosterschelde naar de Noordzee varen omdat de Westerschelde nog een verzameling banken en kreken was. Er was in die tijd nog sprake van Zeeland beoosten en Zeeland bewesten Schelde. Noord- en Zuid-Beveland en Walcheren lagen dus bewesten Schelde.

Langzamerhand, door natuurlijke oorzaken, begon de Oosterschelde te verzanden en begon zich de Westerschelde te vormen waarmee Walcheren ineens een belangrijke handels- en strategische positie verkreeg. Ook de graven van Holland en Vlaanderen beseften dat en begonnen een langdurige strijd om de heerschappij van deze gebieden. De Hollandse graven wonnen deze strijd.

Van deze Hollandse graven speelden met name Floris V en een van zijn opvolgers Willem III een rol in het ontstaan van Nieuw-Vlissingen. Graaf Floris V wilde in het zuiden van Walcheren -om de bekende redenen- havens laten graven met de bedoeling daar rondom heen een nieuwe stad te stichten. Hij heeft het zelf niet meer mee mogen maken want hij werd in 1296 door de edelen vermoord. Onder het grafelijk regime van Willem III werden de havens gegraven: de Voorhaven (nog bestaand), de Koopmanshaven (het huidige Bellamypark) en de Achterhaven (de huidige Spuistraat). Rond deze havens ontstond Nieuw-Vlissingen dat al snel Oud-Vlissingen overvleugelde.