Ga naar de inhoud Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Logo van Gemeentearchief Vlissingen

Vlissingen na 1940

Bij de Duitse inval op 10 mei 1940 werd de stad direct geconfronteerd met bombardementen. Vanwege de militair-strategische ligging begonnen ook de geallieerden de stad stelselmatig te bombarderen. Vlissingen kende gedurende deze periode maar liefst 84 bombardementsdagen. Na de strijd om de bevrijding in november 1944 kon de trieste balans worden opgemaakt. Vlissingen leek op een spookstad. Er was slechts één huis geheel onbeschadigd uit de strijd gekomen.

Wederopbouw

De wederopbouw stond dus voor de deur en de mensen moesten zo snel mogelijk weer van goede huisvesting worden voorzien. In eerste instantie werden her en der noodwoningen geplaatst om de ergste nood te lenigen. In korte tijd werd een drietal wederopbouwplannen vastgesteld voor de stadsdelen die het zwaarst beschadigd waren: Het Eiland, Gravestraat en omgeving en Breewaterstraat en omgeving.

Tegelijkertijd zijn er een aantal nieuwbouwwijken met arbeiderswoningen verrezen waardoor de bebouwingsgrens rond 1950 de President Rooseveltlaan had bereikt.

In het uitbreidingsplan van 1953 vormde de President Rooseveltlaan de ruggegraat waarbij de indeling van 1907 werd doorgezet. In Plan West ontstond bebouwing in een parkachtige bebouwing en ten oosten van de Koudekerkseweg verrezen arbeiderswoningen.

Sanering

Toen de ergste woningnood gelenigd was begon de problematiek van de binnenstad weer aandacht te krijgen hetgeen resulteerde in het Saneringsplan dat tussen 1960 en 1970 is gerealiseerd. Centraal stond het oplossen van de verpaupering in een groot deel van die binnenstad gekoppeld aan een versterking van het winkelarsenaal. Vlissingen was niet de enige plaats waar dat aan de orde was. Overal in het land transformeerden binnensteden naar plaatsen waarin licht en ruimte, brede wegen en pleinen de boventoon voerden. Met name het gebied tussen de Spuistraat, Sint Jacobsstraat en het Betje Wolffplein is toen drastisch gewijzigd. In de periode tussen 1970 en heden heeft sanering plaatsgemaakt voor begrippen zoals rehabilitatie en stadsvernieuwing en is de binnenstad zich gaan ontwikkelen zoals deze heden ten dage is.

Uitbreiding

In de periode na de bevrijding en 1960 nam het inwonertal van Vlissingen met 10.000 toe en belandde op ca. 19.000 inwoners. De stad bleef zich in noordwestelijke richting uitbreiden maar op een gegeven moment bereikte men de grens van Koudekerke. Aangezien het plan Paauwenburg al op de rol stond werd overeenstemming bereikt met deze gemeente om op hun grondgebied een aanvang te maken met de uitvoering van dit plan. In 1966 werden door de herindeling de grenzen weer verlegd en werd een groot deel van Koudekerke, geheel Oost- en West-Souburg en Ritthem en een stukje Nieuw- en Sint Joosland bij de gemeente Vlissingen gevoegd. Mede door de industriële ontwikkeling in Vlissingen-Oost bleef er behoefte bestaan aan woningen. Veel Vlissingers trokken naar de nieuwbouwwijken in Oost-Souburg en later naar de nieuwbouwwijken zoals Westerzicht, Bossenburgh en Rosenburg.

Vlissingen telt nu ongeveer 45.000 inwoners.