Ga naar de inhoud Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Logo van Gemeentearchief Vlissingen

Souburg tot 1250

De naam Souburg is afgeleid van Sutburch en betekent Zuidburg. Souburg refereert  aan de ligging van de Karolingische burg in Oost-Souburg. Deze tegen de Noormannen opgeworpen versterking werd in de tweede helft van de 9e eeuw gebouwd. Binnen de burg ontwikkelde zich ook een nederzetting; de vroegste bewoning van Souburg. Aan het eind van de 10e eeuw werd de nederzetting verlaten en resteerden er nog enkele boerderijen.

In de eerste helft van de 11e eeuw wordt een stuk westelijker van de Karolingische burg de parochiekerk van het latere West-Souburg gebouwd. Deze kerk wordt voor het eerst in de geschreven bronnen genoemd in het jaar 1167. De kerk van West-Souburg was één van de vijf moederkerken op Walcheren. Dochterkerken waren de kerken van Oud- en Nieuw-Vlissingen, Ritthem, Oost-Souburg en Niewerve. De parochie van West-Souburg bestreek in de 11e eeuw bijna geheel zuidelijk Walcheren. Op haar beurt was zij een dochterkerk van de Westmonster in Middelburg.

In Oost-Souburg zou pas halverwege de 13e eeuw weer bebouwing plaatsvinden. In 1250 stichtte ambachtsheer Pieter Willemszoon van Souburg noordelijk van de Karolingische burg een parochiekerk. Daarmee waren Oost- en West-Souburg een feit.